Cella van twaalf
Het verhaal van Cella, twaalf jaar.
Ik sprak haar en ze vertelde mij het volgende.
We kwamen op zaterdag 9 augustus weer terug van een fijne vakantie in Italië en ik vond het ook weer fijn om in mijn eigen huis te zijn.
Een paar dagen later, ik had nog vakantie, liep ik een beetje door de buurt. Bij een huis een paar straten verderop moest ik ineens denken aan een meisje dat in het huis woonde waar ik langs liep. Ze heet Kendrien. Ik weet wie het is, maar ik ken haar niet. Wel weet ik dat ze erg gepest wordt op de school waar ze naartoe gaat.
En ineens moest ik erg aan haar denken en begon ik zomaar in gedachten te vragen aan God of Hij haar helpen wil. “Bescherm haar”, “Geef haar Uw vrede”, “haal de ‘pesters’ weg”.
Toen ik thuiskwam, moest ik nog steeds aan haar denken. Mijn moeder had een dag ervoor tegen mijn tante verteld over een gebedspoint, ik denk dat ik begrijp wat dat is. Ik pakte mijn stoepkrijt dat ik nog ergens vond in de schuur en ik liep terug naar de plek waar ik heb staan bidden.
Daar tekende ik een blauwe stip en een rode cirkel er omheen. En weer moest ik aan Kendrien denken.
Het was drie of vier dagen later; ik liep te praten met mijn vriendin over de wedstrijd die we volgende week moesten spelen. We liepen zomaar wat door de wijk en ineens zag ik ‘mijn’ gebedspoint. Het had niet geregend, dus het was goed zichtbaar.
“Wat is er?”, vroeg mijn vriendin, “je staat ineens stil”.
“O, niets, ik moest ineens aan iets denken”, zei ik . . .
Tekst: niet kunnen vinden . . .


